Van middenhuur naar het dure segment
De uitpondgolf die begon bij goedkopere appartementen in de middenhuur, bereikt nu ook de duurdere vrije sector. Dat blijkt uit de Huurmonitor van Pararius en Huurwoningen.nl. Waar in het derde kwartaal van 2024 nog ruim 25% van de uitgeponde woningen uit het middensegment kwam, is dat aandeel in het tweede kwartaal van 2026 gedaald naar 18,8%. Tegelijkertijd steeg het aandeel uitgeponde woningen met een maandhuur boven de 2.000 euro van 18,2% naar 26,6%.
Duurdere huurwoningen vormen daarmee inmiddels een groter deel van de uitponding dan woningen uit het middensegment.
Twee oorzaken: regulering en fiscaliteit
Volgens Pararius spelen twee ontwikkelingen een rol bij deze verschuiving:
- Wet betaalbare huur: De regulering drukte de huurinkomsten in het middensegment, waardoor verhuurders daar als eerste gingen verkopen.
- Gewijzigde box 3-heffing: De hogere fiscale druk werkt inmiddels ook door in de duurdere prijsklassen, waardoor het rendement ook daar onder druk staat.
Het gevolg is dat verhuurders die eerder hun goedkopere woningen verkochten, nu ook hun duurdere bezit heroverwegen.
Aanbod krimpt, huurprijzen stijgen
In het tweede kwartaal van 2026 kwamen 11.389 vrije-sectorwoningen beschikbaar voor nieuwe huurders, terwijl er 12.150 werden afgemeld. Per saldo verdwenen er 761 huurwoningen uit het aanbod. Een jaar eerder was de balans nog positief.
De gemiddelde huurprijs in de vrije sector steeg met 4,7% op jaarbasis naar 20,94 euro per vierkante meter. Bij 41% van de vrije-sectorwoningen ligt de maandhuur inmiddels boven de 2.000 euro. Appartementen zijn daarbij fors duurder dan eengezinswoningen: 22,32 euro per vierkante meter tegenover 16,68 euro.
Amsterdam blijft de duurste stad met een gemiddelde vierkantemeterprijs van 28,69 euro voor nieuwe huurders, gevolgd door Amstelveen (25,10 euro) en Hoofddorp (23,87 euro). Aan de onderkant staan Enschede (14,95 euro), Bergen op Zoom (15,18 euro) en Zwolle (15,21 euro).
Wat betekent dit voor particuliere verhuurders?
De verschuiving laat zien dat de druk op rendement niet beperkt blijft tot het gereguleerde segment. Ook verhuurders met duurdere woningen worden geconfronteerd met een combinatie van stijgende fiscale lasten en onzekerheid over toekomstige regelgeving. Wie overweegt om woningen aan te houden, zal nauwkeurig moeten berekenen of het netto-rendement na belasting nog voldoende is. Wie overweegt te verkopen, moet het moment afwegen tegen de huidige marktomstandigheden.
De krimpende aanbodzijde biedt tegelijkertijd een lichtpunt voor verhuurders die wél aanhouden: minder concurrentie kan de huurprijsontwikkeling ondersteunen.
En ben je er klaar voor?
Of je nu overweegt woningen te verkopen of juist aan te houden: een helder overzicht van jouw werkelijke rendement per woning, inclusief actuele huurprijzen, indexatie en fiscale lasten, is onmisbaar bij die afweging. Protiva helpt je die administratie op orde te houden, zodat je op elk moment een onderbouwde beslissing kunt nemen over jouw portefeuille.
Dit artikel geeft informatie en is geen fiscaal, juridisch of beleggingsadvies. Regels en bedragen veranderen, dus controleer altijd de bronnen die we noemen of vraag het je adviseur.